buideldier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bui·del·dier
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord buideldier buideldieren
verkleinwoord buideldiertje buideldiertjes

Zelfstandig naamwoord

buideldier o

  1. (zoogdieren) zoogdiersoort waarvan de wijfjes een buidel hebben, waarin hun vroeggeboren jongen verder in opgroeien
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl