wulp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een wulp.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wulp
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘steltloper’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1595 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord wulp wulpen
verkleinwoord wulpje wulpjes

Zelfstandig naamwoord

wulp m

  1. (vogels) Numenius arquata op Wikispecies, een vogel uit de familie van de snipachtigen (Scolopacidae)
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen