regenwulp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

regenwulp
Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gen·wulp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord regenwulp regenwulpen
verkleinwoord regenwulpje regenwulpjes

Zelfstandig naamwoord

regenwulp m

  1. (vogels) Numenius phaeopus op Wikispecies waadvogel met lange snavel en opvallende roep die in Nederland op de trek voorkomt
Vertalingen

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
53 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be