worp

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • worp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord worp worpen
verkleinwoord worpje worpjes

Zelfstandig naamwoord

worp m

  1. de handeling van het werpen van iets
    • Die worp met de dobbelstenen bracht hem de winst in het spel. 
  2. een aantal jonge dieren die tegelijk geboren worden
    • De leeuwin had een worp van drie welpjes. 
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl