throw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelengels: throwen, thrawen
Angelsaksisch: þrāwan (draaien, krullen, martelen)
Germaans: *þrēaną (draaien)
Indo-Europees: *ter- (door draaien wrijven)
  • Verwant in Germaans:
West: Nederlands: draaien, Schots: thraw, Duits: drehen, Nedersaksisch: draien, dreien
Noord: Zweeds: dreja, Deens: dreje
enkelvoud meervoud
throw throws

Zelfstandig naamwoord

throw

  1. worp
  2. verplaatsing
vervoeging
onbepaalde wijs to throw
he/she/it throws
verleden tijd threw
voltooid
deelwoord
thrown
onvoltooid
deelwoord
throwing
gebiedende wijs throw

Werkwoord

throw

  1. werpen, gooien
  2. (sport) opzettelijk verliezen
  3. dobbelen
Gelijkklinkende woorden
  1. throe
Synoniemen
  1. hurl, toss, chuck, lob, cast, fling, pitch, sling