gooi
Uiterlijk
- Geluid: gooi (hulp, bestand)
- IPA: / ɣoj / (1 lettergreep)
- (Noord-Nederland): /χoːi̯/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ɣoːi̯/
- gooi
| vervoeging van |
|---|
| gooien |
gooi
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gooien
- Ik gooi.
- gebiedende wijs van gooien
- Gooi!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gooien
- Gooi je?
- ▸ Die ga ik volgen! Ik gooi mijn koffie achterover, kom omhoog, hang mijn rugzak om en begin te lopen.[3]
- ▸ Een nog scherpere afwijzing van de confucianistische denktrant dan DDJ48 bevat DDJl9, waarin een lijstje van confucianistische deugden wordt opgesomd: Ban wijsheid uit, gooi kennis weg, En het volk zal er honderdvoudig van profiteren.[4]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | gooi | gooien |
| verkleinwoord | gooitje | gooitjes |
de gooi m
- handeling van het werpen of iets wat geworpen wordt
- Het woord gooi staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "gooi" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[5] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ gooi op website: Etymologiebank.nl
- ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - ↑ Michel Dijkstra“Taoïsme” (2022), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312657 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 4
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -en in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %