Naar inhoud springen

gooi

Uit WikiWoordenboek
  • gooi
vervoeging van
gooien

gooi

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gooien
    • Ik gooi. 
  2. gebiedende wijs van gooien
    • Gooi! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gooien
    • Gooi je? 
     Die ga ik volgen! Ik gooi mijn koffie achterover, kom omhoog, hang mijn rugzak om en begin te lopen.[3]
     Een nog scherpere afwijzing van de confucianistische denktrant dan DDJ48 bevat DDJl9, waarin een lijstje van confucianistische deugden wordt opgesomd: Ban wijsheid uit, gooi kennis weg, En het volk zal er honderdvoudig van profiteren.[4]
enkelvoud meervoud
naamwoord gooi gooien
verkleinwoord gooitje gooitjes

degooim

  1. handeling van het werpen of iets wat geworpen wordt
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[5]