schor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schor
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schor schorder schorst
verbogen schorre schordere schorste
partitief schors schorders -

Bijvoeglijk naamwoord

schor

  1. hees
    • Ik krijg een schorre stem van dat schreeuwen.' [1] 
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord schor schorren
verkleinwoord schorretje schorretjes

Zelfstandig naamwoord

schor v

  1. kwelder, onbedijkt stuk drasland bij regelmaat blootstaande aan zilte overstroming

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 89