kwelder

Uit WikiWoordenboek


Nederlands

Kwelder bij Schiermonnikoog
Uitspraak
Woordafbreking
  • kwel·der
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘buitendijks land’ voor het eerst aangetroffen in 1830 [1]
  • Naamwoord van handeling van kwellen (het doorsijpelen van water onder een dijklichaam door) met het achtervoegsel -der [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kwelder kwelders
verkleinwoord kweldertje kweldertjes

Zelfstandig naamwoord

kwelder v/m

  1. (waterbeheer) onbedijkt stuk drasland dat bij regelmaat blootstaat aan overstroming door zeewater bij hoog tij of stormvloed
     In de kwelders zijn volgens De Vlas bepaalde plekken aan te wijzen waar lagere zones ontstaan. Dat is het geval op een strookje in het Nieuwlandsrijd. Daar zullen meer pionierplanten opkomen. Aan de andere kant zijn er ook kweldergebieden die door opslibbing hoger worden. Op De Hon is de verlaging van de kwelder iets dvidelijker te zien. „In het totaalbeeld is de verschuiving echter gering", constateert De Vlas.[3]
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
26 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen