voetballer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voet·bal·ler
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voetballer voetballers
verkleinwoord voetballertje voetballertjes

Zelfstandig naamwoord

voetballer m

  1. (beroep) (voetbal) een persoon die de sport voetbal beoefent
    • De voetballer kreeg veel aandacht van het publiek. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie