verdediger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·de·di·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verdediger verdedigers
verkleinwoord verdedigertje verdedigertjes

Zelfstandig naamwoord

verdediger m

  1. iemand die verdedigt
    • Een advocaat is de verdediger van de beschuldigde. 
  2. (sport) iemand die aan de achterzijde van het speelveld tracht te voorkomen dat er gescoord wordt
Antoniemen
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie