middenvelder
Uiterlijk
- Geluid: middenvelder (hulp, bestand)
- IPA: / ˈmidə(n)ˌvɛldər / (4 lettergrepen)
- mid·den·vel·der
- afgeleid van middenveld met het achtervoegsel -er
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | middenvelder | middenvelders |
| verkleinwoord | middenveldertje | middenveldertjes |
de middenvelder m
- iemand die speelt tussen de voorhoede en de achterhoede
- Johan Cruijff speelde vaak als middenvelder.
- ▸ De middenvelder had al een lichte dijbeenblessure en hij zou eerst niet van start gaan in de bekerstrijd tegen Roma.[1]
- Het woord middenvelder staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "middenvelder" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron “Blessure Sneijder, bekerwinst Inter” (Woensdag 5 mei 2010, 23:06), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -er in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %