voetballen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voet·bal·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voetballen
voetbalde
gevoetbald
zwak -d volledig

Werkwoord

voetballen

  1. inergatief, (voetbal) een balspel waarbij de bal alleen met de voet en het hoofd, maar niet met de hand gespeeld mag worden
    • Zij gaan elke middag voetballen op het veldje op de hoek. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

voetballen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord voetbal

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie