amateurvoetballer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ama·teur·voet·bal·ler
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord amateurvoetballer amateurvoetballers
verkleinwoord amateurvoetballertje amateurvoetballertjes

Zelfstandig naamwoord

amateurvoetballer m

  1. (voetbal) iemand die voetbal speelt als hobby
    • Ook amateurvoetballers kunnen hun sport heel serieus beoefenen op een hoog niveau. 

Gangbaarheid