mortier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Mortier
[2] Mortier
[3] Mortieren

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mor·tier
Woordherkomst en -opbouw
  • Via het Frans van het Latijnse “mortarium” (vijzel)
enkelvoud meervoud
naamwoord mortier mortieren
verkleinwoord mortiertje mortiertjes

Zelfstandig naamwoord

mortier m/o

  1. (gereedschap) een kom waarin met een stamper allerlei stoffen fijn gestampt of fijngewreven worden
    • De korrel worden in de mortier tot poeder gewreven. 
  2. (militair) een klein soort kanon waarmee granaten worden afgeschoten
    • De granaten laat met uit de hand in de loop van de mortier vallen. 
  3. (militair) een kort kanon met een fors kaliber
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  mortier     le mortier     mortiers     les mortiers  

Zelfstandig naamwoord

mortier m

  1. (gereedschap) mortier, vijzel
  2. (militair) mortier, een soort kanon met korte loop
  3. (bouwkunde) mortel, metselspecie
  4. (kleding) een uniformmuts van bepaalde ambtenaren
Verwante begrippen