Schnecke

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Duits

Zelfstandig naamwoord

Schnecke v

  1. slak (weekdier)
  2. slak (traag iemand)
  3. slakkenhuis (in het oor)
  4. (omgangstaal) griet, mokkel
Verbuiging