vlugheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

[1] turnvereniging Kracht en Vlugheid
Uitspraak
Woordafbreking
  • vlug·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vlugheid vlugheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vlugheid v [2]

  1. lichamelijke snelheid en wendbaarheid
    • Na 75 jaar heeft de Rijssense gymnastiekvereniging Vlugheid en Kracht nog hetzelfde doel voor ogen.’Bevordering van de lichamelijke ontwikkeling van haar leden’, zoals dat zo mooi heet. Maar er is meer dan het lichamelijke. [3] 
    • Bovendien is de Aziatische speelstijl anders dan die van de Nederlanders. Nederland speelt met een hoog ritme, maar Japanse handbalsters zijn met hun gemiddeld kleine lengte uiterst wendbaar. Ze staan bekend om hun schijnbewegingen en vlugheid. Thomsen: ,,In onze verdediging zien wij er soms dom uit. Dan kunnen we er niet tijdig op reageren.” [4] 
  2. verstandelijke behendigheid en schranderheid
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.


Verwijzingen