Naar inhoud springen

tren

Uit WikiWoordenboek

tren

  1. trein


enkelvoud meervoud
naamwoord   tren     trenioù  

tren m

  1. trein


  • Ontleend aan het Franse train of het Spaanse tren
enkelvoud meervoud
tren trens

tren m

  1. trein
  2. (militair) legertros, legertrein
  • portar un alt tren de vida
    • er een luxueuze levensstijl op nahouden
  • perdre un tren
    • een kans missen
  • estar com un tren
    • zeer aantrekkelijk zijn

tren

  1. eerste persoon enkelvoud van de indicatief presens van het werkwoord trenar


tren m

  1. trein


enkelvoud meervoud
tren trens

tren

  1. harpoen


  • Ontleend aan het Engelse trend (trend, tendens)

tren

  1. trend


  • Ontleend aan het Engelse train (trein)

tren

  1. trein


  • tren

tren m

  1. trein


  • Ontleend aan het Franse train (trein, reeks)
enkelvoud meervoud
nominatief en accusatief tren trenuri
lidwoordsvorm trenul trenurile
datief en genitief trenului trenurilor
vocatief trenule trenurilor

tren o

  1. trein
  2. reeks, opeenvolging van gebeurtenissen of voorwerpen
    «tren de impulsuri»
    een reeks van impulsen
  • [1] A scăpa/pierde trenul
    • (letterlijk) De trein missen.
    • (figuurlijk) De boot missen; zijn kans verkijken.
  • [2] tren de luptă
    • (militair) konvooi dat de troepen in de slaglinie voorziet van munitie


  • Ontleend aan het Franse train (trein)
enkelvoud meervoud
tren trenes

tren m

  1. (verkeer) trein
    «¿A que hora sale el tren
    Wanneer vertrekt de trein?
  • a todo tren
    • luxueus, zonder te letten op uitgaven
    • aan volle snelheid
  • dejarla el tren
    • vrijgezel blijven (Chili, Honduras, Nicaragua)
  • estar como un tren
    • aantrekkelijk zijn, een betoverende uitwerking hebben (Spanje)
  • estar en otro tren
    • niet op de hoogte zijn, niet weten wat er elders gebeurt (Bolivië)
  • ¡Me lleva el tren!
    • een uitroep van zenuwachtigheid of verveling (Mexico)
  • para parar un tren
    • veel, een grote hoeveelheid (Spanje)
  • perder el último tren
    • alle kansen verliezen
  • tren de vida
    • levensstijl, levenswandel, met name wanneer deze luxueus is


  • Ontleend aan het Franse train (trein)
enkelvoud meervoud
nominatief   tren     trenler  
genitief   trenin     trenlerin  
datief   trene     trenlere  
accusatief   treni     trenleri  
locatief   trende     trenlerde  
ablatief   trenden     trenlerden  

tren

  1. trein


  • Ontleend aan het Franse of Engelse train (trein)

tren

  1. trein