thema

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • the·ma
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord thema thema's
themata
verkleinwoord themaatje themaatjes

Zelfstandig naamwoord

thema o

  1. een onderwerp dat behandeld wordt
    • Het thema van vandaag is alcoholisme. 
  2. een grondgedachte van een kunstwerk of muziekstuk
    • Het oude thema werd gebruikt in een nieuw werk. 
  3. (taalkunde) de stam
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen