tastbaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tast·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen tastbaar tastbaarder tastbaarst
verbogen tastbare tastbaardere tastbaarste
partitief tastbaars tastbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

tastbaar

  1. voelbaar, duidelijk zichtbaar, substantieel
    • De directeur eiste tastbare resultaten van zijn personeel. 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.