tastbaar
Uiterlijk
- tast·baar
- Naamwoord van handeling van tasten met het achtervoegsel -baar
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | tastbaar | tastbaarder | tastbaarst |
| verbogen | tastbare | tastbaardere | tastbaarste |
| partitief | tastbaars | tastbaarders | - |
tastbaar
- voelbaar, duidelijk zichtbaar, substantieel
- De directeur eiste tastbare resultaten van zijn personeel.
- ▸ Financieel psycholoog Anne Abbenes begrijpt waarom veel jongeren verkoopautomaten aanschaffen en bij bedrijven plaatsen. "In tegenstelling tot het investeren in crypto is een verkoopautomaat iets heel tastbaars. Je ziet duidelijk wanneer de machine je geld oplevert en dat kan vooral voor jongeren een verstandige keuze zijn."[1]
- Het woord tastbaar staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "tastbaar" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑
Weblink bron Pomme Rademaker“Bijverdienen met een verkoopautomaat bij kapper of sportschool is in trek” (5 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be