aftasten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

IPA: /'ɑftɑstə(n)/

Woordafbreking
  • af·tas·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
aftasten
tastte af
afgetast
zwak -t volledig

Werkwoord

aftasten

  1. overgankelijk aanrakend onderzoeken
    • In het pikkedonker tastte hij de muur af om de lichtschakelaar te vinden. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be