tastzin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tast·zin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tastzin
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tastzin m [1]

  1. gevoel in de huid waarmee je de vorm en aard van te betasten voorwerpen kunt bepalen
    • De 'onderkant' van de hersenen bestaat uit één stam die uitloopt in één ruggenmerg. Langs die weg komen prikkels van tastzintuigen naar binnen en worden omgekeerd opdrachten aan de spieren doorgegeven, om te handelen in de buitenwereld. Tegelijk worden er ook automatische reflexen van de organen in werking gesteld. [2] 
    • De zintuiglijke functies van de huid worden samen ook wel de sensibiliteit genoemd. Hieronder vallen de oppervlakkige sensibiliteit en de diepe tastzin. [3] 
    • Ook de tastzin speelt een rol, of wat in danstermen ‘kinetische empathie’ heet. ‘Neurologisch onderzoek heeft uitgewezen dat je, wanneer je naar dans kijkt, de bewegingen in je hoofd imiteert, dankzij spiegelneuronen in de hersenen. Dat is niet anders voor slechtziende mensen. Ook wij voelen die mentale drang om te bewegen.[4] 
    • Kietelen blijkt te zitten in de 'sensomotorische cortex', het gebied voor tastzin dat bij de mens bovenop het brein zit.[5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Ginneken, Jaap van Gek met geld [2010] ISBN 978-90-470-0379-3 pagina 82
  3. Bakker, Marc Proactive nursing 2013 ISBN 978-90-5931-969-1 pagina 253
  4. de Standaard 17 NOVEMBER 2017
  5. Volkskrant Maarten Keulemans 7 december 2016,