blancheren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Blancheren.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blan·che·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blancheren
blancheerde
geblancheerd
zwak -d volledig

Werkwoord

blancheren

  1. overgankelijk (kookkunst) het gedurende zeer korte tijd in kokend water gaar laten worden van voedingsmiddelen, zodat geur, smaak en uiterlijk optimaal behouden blijven
    • Blancheren gebeurt altijd zonder deksel. 
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen