suffix

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • suf·fix
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Latijnse sub (“onder”) + fixus, perfect passive participle van figere (“vastmaken”), uiteindelijk van het Engelse suffix
enkelvoud meervoud
naamwoord suffix suffixen
verkleinwoord suffixje suffixjes

Zelfstandig naamwoord

suffix o

  1. (taalkunde) een woorddeel dat achter de stam van een woord gevoegd wordt
Synoniemen
Verwante begrippen
Woorddelen in het Nederlands (nld)

toevoegselvoorvoegselachtervoegselinvoegselomvoegsel
affixprefixsuffixinterfixcircumfix

Vertalingen

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders
86 % van de Vlamingen.

Meer informatie