omvoegsel
Uiterlijk
- om·voeg·sel
- samenstelling van om bw en voegsel zn , een leenvertaling van het oorspronkelijk Latijn circumfix
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | omvoegsel | omvoegsels |
| verkleinwoord | omvoegseltje | omvoegseltjes |
het omvoegsel o
- (taalkunde) gebonden morfeem dat rondom, dus voor en achter, een ander woord geplaatst wordt om iets aan de betekenis toe te voegen; ook wel discontinu affix genoemd
- Berg + ge- -te → gebergte.
- Lopen + ge- -en → gelopen.
| Woorddelen in het Nederlands (nld) | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
toevoegsel
• voorvoegsel
• achtervoegsel
• invoegsel
• omvoegsel | |||||||||||
- Het woord 'omvoegsel' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Taalkunde in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal