strike

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

enkelvoud meervoud
strike strikes

Zelfstandig naamwoord

strike

  1. staking
Hyponiemen
vervoeging
onbepaalde wijs to strike
he/she/it strikes
verleden tijd striked
voltooid
deelwoord
striked
onvoltooid
deelwoord
striking
gebiedende wijs strike

Werkwoord

strike

  1. (overgankelijk) aanvallen
  2. (overgankelijk) doorstrepen
Typische woordcombinaties
  • [2]: to strike through, to strike out