wijdbal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wijd·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord wijdbal wijdballen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

wijdbal m [1]

  1. (sport) bij het honkbal of softbal een door de pitcher (werper) geworpen bal die niet binnen de slagzone valt en waar door de slagman niet op wordt geslagen
     Hij wordt ook weleens gefopt door de catcher, oftewel de speler recht voor hem die de ballen van de werper vangt. Een goede speler weet met een handige polsbeweging een wijdbal zo te vangen dat het slag lijkt. Het is iets dat hij als oud-catcher wel kan waarderen.[2]
Antoniemen

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
25 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Lennart Bloemhof “Slag of geen slag in het honkbal: alleen een robot ziet het (en niet eens foutloos)” (16 juni 2019), de Volkskrant
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be