voorschrijven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·schrij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voorschrijven
schreef voor
voorgeschreven
klasse 1 volledig

Werkwoord

voorschrijven

  1. ditransitief een schriftelijke opdracht geven
    • Hij schreef hun dit voor. 
    • Er werd hem voorgeschreven dat hij dit dagelijks moest doen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.