voorschrijven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·schrij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voorschrijven
schreef voor
voorgeschreven
klasse 1 volledig

Werkwoord

voorschrijven

  1. ditransitief een schriftelijke opdracht geven
    • Hij schreef hun dit voor. 
    • Er werd hem voorgeschreven dat hij dit dagelijks moest doen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be