uitschrijven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·schrij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitschrijven
schreef uit
uitgeschreven
klasse 1 volledig

Werkwoord

uitschrijven

  1. overgankelijk uit een register verwijderen
    • Mensen die naar een andere stad verhuizen moeten in de nieuwe woonplaats in- en in de oude uitgeschreven worden. 
  2. overgankelijk een cheque of wedstrijd doen verschijnen
    • Er werd een wedstrijd in het verbeteren van artikelen uitgeschreven. 
  3. ergatief het schrijven beëindigen
    • Hij was nog maar net uitgeschreven toen de bel ging. 
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.