alarm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • alarm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord alarm alarmen
verkleinwoord alarmpje alarmpjes

Zelfstandig naamwoord

alarm o

  1. een waarschuwing tegen gevaar
    Het alarm van de winkel ging af.
  2. (elektronica) alarminstallatie
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl



Turks

Zelfstandig naamwoord

alarm

  1. alarm