doordringend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·drin·gend

Werkwoord

vervoeging van
doordringen

doordringend

  1. onvoltooid deelwoord van doordringen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen doordringend doordringender doordringendst
verbogen doordringende doordringendere doordringendste
partitief doordringends doordringenders -

Bijvoeglijk naamwoord

doordringend

  1. penetrant, door alles heen gaand, schel
    • De vrouw heeft een harde doordringende stem. 
    • Uit het huis met de veertig katten kwam een doordringende stank van kattenpis. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.