schelvis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schel·vis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schelvis schelvissen
verkleinwoord schelvisje schelvisjes

Zelfstandig naamwoord

schelvis m [3]

  1. (voeding) (vissen) Melanogrammus aeglefinus op Wikispecies, belangrijke kabeljauwachtige consumptievis
  2. (vissen) Cynoscion acoupa op Wikispecies vuurrode vis uit de familie van de zeeschorpioenen, Acoupa ombervis
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen