schat
Uiterlijk
- schat
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schat | schatten |
| verkleinwoord | schatje | schatjes |
- verzamelde rijkdom
- De zeerovers hadden hun schat op een eiland begraven.
- iemand die gevoelens van liefde of vertedering opwekt
1. verzamelde rijkdom
|
|
| vervoeging van |
|---|
| schatten |
schat
- enkelvoud tegenwoordige tijd van schatten
- gebiedende wijs van schatten
- ▸ Ik schat haar begin dertig en ik vraag me af wat zo iemand op een gezamenlijk wandelreis te zoeken heeft. Moet dat meisje niet gewoon naar een Lowlands? 'Ik heet Bibi,' zegt ze tegen niemand in het bijzonder.[4]
- ▸ 'Het verhaal speelt zich af in de tijd van de Provo's, herinner je je dat nog?' Ze zal toch niet denken dat ik in de jaren zestig ben opgegroeid? Zo oud zie ik er toch niet uit? Ik schat Joy een jaar of veertig.[4]
- Het woord schat staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "schat" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "schat" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ schat op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - 1 2 3 Marion Pauw e.a.“4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %