schatter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schat·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schatter schatters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

schatter m

  1. persoon die een voorspelling doet over wat een waarneming of meting zou opleveren
    • Volgens de schatter van "Antiques roadshow" is het paspoort nu minstens 20.000 dollar waard (14.800 euro), meldt Factmag.com. [1] 
    • Als het plan is aangenomen, begint het feitelijke ruilen van grond, met daarbij de onvermijdelijke onderhandelingen. De waarde van de grond wordt vastgesteld door 'schatters', voornamelijk boeren uit de streek zelf. Hoewel het steeds minder voorkomt, worden in voorkomende gevallen complete bedrijven met woonhuis, schuren en stallen verplaatst. [2] 
  2. (statistiek) getal dat een eigenschap van een steekproef aangeeft
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

67 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. De Telegraaf 05 feb. 2014 Platenverzamelaar vindt paspoort Marvin Gaye
  2. NRC Joost van Kasteren 7 december 1996 Boeren stemmen tegen landverkaveling; Het ruilen beu