satt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Satt

Noors

Woordafbreking
  • satt
Woordherkomst en -opbouw
  • [1-2]: Bijvoeglijk naamwoord: bijvoeglijk gebruik van het voltooid deelwoord van het Noorse woord  sette ww 
  • [2]: Afkomstig van het Duitse woord  gesetzt bn , dat het voltooid deelwoord is van het Duitse woord  setzen ww 
Naar frequentie 486
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud satt sattere sattest
o enkelvoud satt
meervoud satte
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
satte sattere satteste

Bijvoeglijk naamwoord

satt

  1. bezonnen, rustig
  2. geposeerd
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: en satt kar
een rustige kerel
  • [2]: i satt alder
van geposeerde leeftijd

Werkwoord

har satt

  1. voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van sette

satt

  1. voltooid (verleden) deelwoord van sette


Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • satt
Naar frequentie 638

Werkwoord

satt

  1. verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van sitta
    «En tiggare som satt utanför Coop på Kvarnholmen överfölls, misshandlades och rånades under torsdagskvällen.»
    Een bedelaar, die buiten de Coop op Kvarnholmen zat, is geworden aangevallen, geslagen en beroofd tijdens donderdagavond.

Werkwoord

satt

  1. voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van sätta

satt

  1. voltooid (verleden) deelwoord van sätta