rustig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rus·tig
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van rust met het achtervoegsel -ig.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rustig rustiger rustigst
verbogen rustige rustigere rustigste
partitief rustigs rustigers -

Bijvoeglijk naamwoord

rustig

  1. kalm, weinig sensorische prikkels creërend
    • Het is vandaag een heel rustige dag. 
  2. rustig aan: aansporing tot kalmte
    • Hij moet het rustig aan doen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.