rosa

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

stellend vergrotend overtreffend
rosa
-
-
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

rosa

  1. (kleur) roze


Italiaans

enkelvoud meervoud
mannelijk rosa rosa
vrouwelijk rosa rosa

Bijvoeglijk naamwoord

rosa

  1. (kleur) roze


Latijn

Zelfstandig naamwoord

rosa v

  1. roos
  2. rozenstruik
Verwante begrippen
Verbuiging



Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ro·sa
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Frans

Bijvoeglijk naamwoord

rosa

  1. (kleur) roze
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud rosa mer rosa mest rosa
o enkelvoud rosa
meervoud rosa
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
rosa mer rosa mest rosa

Zelfstandig naamwoord

rosa

  1. roze


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ro·sa
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Frans

Bijvoeglijk naamwoord

rosa

  1. (kleur) roze
Verbuiging
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud rosa meir rosa mest rosa
o enkelvoud rosa
meervoud rosa
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
rosa meir rosa mest rosa

Zelfstandig naamwoord

rosa

  1. roze


Portugees

enkelvoud meervoud
rosa rosas

Zelfstandig naamwoord

rosa v

  1. (plantkunde) roos
  enkelvoud meervoud
  mannelijk     rosa     rosas  
  vrouwelijk     rosa     rosas  

Bijvoeglijk naamwoord

rosa

  1. (kleur) paars


Spaans

enkelvoud meervoud
rosa rosas

Zelfstandig naamwoord

rosa v

  1. (plantkunde) roos
  enkelvoud meervoud
mannelijk rosa rosas
vrouwelijk rosa rosas

Bijvoeglijk naamwoord

rosa

  1. (kleur) roze
  2. (RAL-kleur) bleekrood, een kleur met RAL-nummer 3017