recept

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·cept
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het me Latijn, in de betekenis van ‘(bereidings)voorschrift van geneesmiddel of gerecht’ voor het eerst aangetroffen in 1451 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord recept recepten
verkleinwoord (receptje) (receptjes)

Zelfstandig naamwoord

recept o

  1. (medisch) een doktersvoorschrift voor (de bereiding van) een geneesmiddel
    • Hij kreeg een recept van zijn dokter. 
  2. (kookkunst) een voorschrift voor de bereiding van een gerecht
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen