ramptoerist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ramp·toe·rist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ramptoerist ramptoeristen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ramptoerist m

  1. iemand die door een ramp getroffen plaatsen bezoekt als toeristische attractie
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.