natuurramp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·tuur·ramp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord natuurramp natuurrampen
verkleinwoord natuurrampje natuurrampjes

Zelfstandig naamwoord

natuurramp v/m

  1. een ongelukkige gebeurtenis die door de natuur veroorzaakt wordt
    • Deze natuurramp heeft gelukkig weinig slachtoffers geëist. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie