kramp

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kramp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kramp krampen
verkleinwoord krampje krampjes

Zelfstandig naamwoord

kramp v/m

  1. (medisch) een toestand van onwillekeurige en aanhoudende samentrekking van een spier
    Ik kreeg kramp in mijn kuiten.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord kramp krampe

Zelfstandig naamwoord

kramp

  1. (medisch) kramp