kramp

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kramp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kramp krampen
verkleinwoord (krampje) (krampjes)

Zelfstandig naamwoord

kramp v/m

  1. (medisch) een toestand van onwillekeurige en aanhoudende samentrekking van een spier
    Ik kreeg kramp in mijn kuiten.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord kramp krampe

Zelfstandig naamwoord

kramp

  1. (medisch) kramp