mier

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Formica rufa
Uitspraak
Woordafbreking
  • mier
enkelvoud meervoud
naamwoord mier mieren
verkleinwoord miertje miertjes

Zelfstandig naamwoord

mier v/m

  1. (insecten) een kruipend, in grote kolonies levend omnivoor insect (Formicidae op Wikispecies en Mutillidae op Wikispecies)
    • Wij hebben heel vaak last van mieren. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
mieren

mier

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mieren
    • Ik mier. 
  2. gebiedende wijs van mieren
    • Mier! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mieren
    • Mier je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie