homoseksueel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ho·mo·sek·su·eel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord homoseksueel homoseksuelen
verkleinwoord homoseksueeltje homoseksueeltjes

Zelfstandig naamwoord

homoseksueel m

  1. (seksualiteit) een man met seksuele voorkeur voor mannen of een vrouw met seksuele voorkeur voor vrouwen
    Is die man een homoseksueel of weet jij dat ook niet?
Verwante begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen homoseksueel homoseksueler homoseksueelst
verbogen homoseksuele homoseksuelere homoseksueelste
partitief homoseksueels homoseksuelers -

Bijvoeglijk naamwoord

homoseksueel

  1. betrekking hebbend op de liefde voor geslachtsgenoten
    Weet jij of die man homoseksueel is?
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie