president

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·si·dent
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord president presidenten
verkleinwoord presidentje presidentjes

Zelfstandig naamwoord

president m

  1. (politiek) het staatshoofd van een republiek
    • Barack Obama is sinds kort president van de Verenigde Staten. 
  2. een leider of voorzitter
    • Hij is president van dat bedrijf. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl


Engels

enkelvoud meervoud
president presidents

Zelfstandig naamwoord

president

  1. (politiek) president
  2. bestuurder
  3. voorzitter


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·si·dent
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord presedere
  • Nynorsk zelfstandig naamwoord met het voorvoegsel pre-
Naar frequentie 1172
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   president     presidenten     presidenter     presidentene  
genitief   presidents     presidentens     presidenters     presidentenes  

Zelfstandig naamwoord

president, m

  1. (politiek) president
  2. (economie) bestuurder
  3. leider, voorzitter


Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1-3]: tiltredende president
    ventepresident
verkozen president
verkozen voorzitter
Opmerkingen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·si·dent
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse werkwoord presedere
  • Nynorsk zelfstandig naamwoord met het voorvoegsel pre-
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   president     presidenten     presidentar     presidentane  

Zelfstandig naamwoord

president, m

  1. (politiek) president
  2. (economie) bestuurder
  3. leider, voorzitter
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1-3]: tiltredande president
    ventepresident
verkozen president
verkozen voorzitter
Opmerkingen


Zweeds

Uitspraak
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   president     presidenten     presidenter     presidenterna  
genitief   presidents     presidentens     presidenters     presidenternas  

Zelfstandig naamwoord

president, g

  1. (politiek) president