presidente

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·si·den·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord presidente presidentes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

presidente v

  1. vrouw die de functie of rol van voorzitter vervuld
     De eerste die tekende, was de presidente van de Internationale Dames Hockeybond, E. de Josselin de Jong.[1]
  2. (regering) vrouw die staatshoofd van een republiek is
     Als ze dit najaar weet te winnen, is Hillary Clinton straks niet de eerste Amerikaanse presidente van een land. Eerder was er een – veel minder bekende – vrouwelijke president geboren in de VS.[2]
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 24 november 2020 Weblink bron John Kroon “Negen juweeltjes van papier” (29 december 2015) op nrc.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 24 november 2020 Weblink bron Liza van Lonkhuyzen “Zij was de eerste Amerikaanse presidente van een land” (3 augustus 2016) op nrc.nl


Italiaans

enkelvoud meervoud
presidente presidenti

Zelfstandig naamwoord

presidente m

  1. (regering) president


Portugees

enkelvoud meervoud
presidente presidentes

Zelfstandig naamwoord

presidente m

  1. (regering) president


Spaans

enkelvoud meervoud
presidente presidentes

Zelfstandig naamwoord

presidente m

  1. (regering) president