voorzitter

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·zit·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord voorzitter voorzitters
verkleinwoord voorzittertje voorzittertjes

Zelfstandig naamwoord

voorzitter m

  1. (beroep) hoofd van een bestuur, leider van een vergadering
    • Mao Zedong was voorzitter van de communistische partij en daarmee de leider van heel China. 
     Volgens het IMF staat de internationale economie er nu wat beter voor dan een halfjaar geleden. Maar de uitdagingen blijven groot, stelde de voorzitter van het bestuurscomité Tharman Shanmugaratnam.[2]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen