pensioen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pen·si·oen
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Franse pension, van het Latijnse pensio (betaling, rente)
enkelvoud meervoud
naamwoord pensioen pensioenen
verkleinwoord pensioentje pensioentjes

Zelfstandig naamwoord

pensioen o

  1. (economie) loon uitgesteld tot de tijd dat men niet langer actief is op de arbeidsmarkt
    Onder de leiding van Martin Winterkorn raakte het Volkswagenconcern in een diepe crisis, maar Winterkorn geniet nu van zijn pensioen van 3100 euro PER DAG [1]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. www.rtlz.nl