pensioen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pen·si·oen
enkelvoud meervoud
naamwoord pensioen pensioenen
verkleinwoord pensioentje pensioentjes

Zelfstandig naamwoord

pensioen o

  1. loon uitgesteld tot de tijd dat men niet langer actief is op de arbeidsmarkt
Vertalingen