ouderdomspensioen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ou·der·doms·pen·si·oen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ouderdomspensioen ouderdomspensioenen
verkleinwoord ouderdomspensioentje ouderdomspensioentjes

Zelfstandig naamwoord

ouderdomspensioen o

  1. periodieke uitkering vanaf een bepaalde leeftijd tot welke je geacht wordt op andere wijze in je levensonderhoud te voorzien
Opmerkingen
  • Traditioneel ging het bij de meestal om de leeftijd van 65 jaar, waarbij voor sommige beroepen de leeftijd hoger lag. In het begin van de 21e eeuw is de leeftijd geleidelijk verhoogd omdat mensen steeds langer leven.

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen