patent

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·tent
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord patent patenten
verkleinwoord patentje patentjes

Zelfstandig naamwoord

patent m [2]

  1. wettelijke verklaring dat je als bedenker de enige bent die het bedachte mag gebruiken
    Voor een perpetuum mobile kun je geen patent krijgen.
  2. wettelijke verklaring dat een beroep, bedrijf of handwerk mag uitvoeren
    Een patent hebben op liegen.
Synoniemen
  1. octrooi
  2. licentie, vergunning
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen patent patenter patentst
verbogen patente patentere patentste
partitief patents patenters -


Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

patent [4]

  1. uitstekend, voortreffelijk
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandse taal