navel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·vel
Woordherkomst en -opbouw
  • (erfwoord) van Germaans *nablō, op zijn beurt van Indo-Europees *h₃nobʰ-ilos; de uitgang -ilos vormt een verkleinwoord en het naamwoord zelf bestaat ook in het Nederlands: naaf (zie aldaar).
enkelvoud meervoud
naamwoord navel navels
verkleinwoord naveltje naveltjes

Zelfstandig naamwoord

navel m

  1. (anatomie) rond litteken in de buik van de navelstreng van zoogdieren, op de plaats waar deze het kind of jong in ging
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

navel

  1. (anatomie) navel.


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

navel

  1. (anatomie) navel.