litteken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lit·te·ken
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘teken van een wond’ voor het eerst aangetroffen in 1253 [1]
  • samenstelling van  lijk  en  teken  [2] met assimilatie -kt- > -tt-
enkelvoud meervoud
naamwoord litteken littekens
verkleinwoord littekentje littekentjes

Zelfstandig naamwoord

litteken o

  1. een zichtbaar overblijfsel van een oude verwonding
    • Die inenting heeft een akelig litteken achtergelaten. 
    • Hij had een vertederend gezicht. Bij de Somme was zijn rechterslaap door een kogel geschramd. Hij was heel bang geweest, maar was ervanaf gekomen met een litteken dat zijn oog een beetje scheeftrok en hem iets speciaals gaf. [3] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen